Borderline

Borderline

Borderline is een ernstige persoonlijkheidsstoornis die tegenwoordig redelijk goed te behandelen is. Hoe herken je een Borderliner? Borderline komt vaak voor het eerst tot uiting tussen de 17 en 25 jaar. Dit is een levensfase met grote veranderingen op het gebied van relaties, werk en leefomgeving. Hoe eerder de diagnose wordt gesteld, hoe groter de kans op een succesvolle behandeling. In Nederland hebben naar schatting 100.000 mensen een Borderline persoonlijkheidsstoornis. Misschien zijn het er meer, omdat veel mensen met deze stoornis behandeld worden voor bijkomende klachten zoals bijvoorbeeld angst of depressie. De kenmerken van Borderline wordt dan vaak niet herkend.

Borderline wordt veroorzaakt door een combinatie van biologische, psychische en sociale factoren.

Biologische factoren

De belangrijkste biologische factor is aanleg. Impulsief gedrag, heftige emoties en stemmingswisselingen kunnen in aanleg aanwezig zijn. Dit heeft te maken met de verwerking van prikkels in de hersenen.

Psychische en sociale factoren

Psychische en sociale factoren spelen eveneens een belangrijke rol bij Borderline, met name ingrijpende ervaringen en gevoelens van grote onveiligheid in de kindertijd. Om die reden hebben mensen met deze stoornis vaak moeite anderen te vertrouwen. Het gevoel van onveiligheid kan een duidelijk aanwijsbare oorzaak hebben, zoals lichamelijke verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik of een scheiding van de ouders. Maar het kan ook minder duidelijk zijn waar het onveilige gevoel vandaan komt, bijvoorbeeld wanneer er sprake was van emotionele verwaarlozing of wanneer een gebeurtenis of persoon onbewust als onveilig ervaren is.

Kenmerken

In het handboek van psychiatrische stoornissen, de DSM-5, staan negen kenmerken. Om in aanmerking te komen voor de diagnose borderline moet iemand aan vijf daarvan voldoen.

  • Krampachtig proberen te voorkomen dat iemand je – feitelijk of vermeend – in de steek laat.
  • Een patroon van instabiele en intense relaties, waarbij de ander heel erg wordt geïdealiseerd of juist gekleineerd.
  • Identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel.
  • Impulsiviteit op ten minste twee gebieden die je mogelijk kunnen schaden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seks, misbruik van middelen, winkeldiefstal, roekeloos rijden, vreetbuien).
  • Terugkerende suïcidale gedragingen, gedachten of dreigingen, of zelfverwonding.
  • Een chronisch gevoel van leegte.
  • Intense woede of moeite om de kwaadheid te beheersen (bijvoorbeeld regelmatig terugkerende driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijke vechtpartijen).
  • Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen (het idee buiten de werkelijkheid te staan).
  • Sterk wisselende stemmingen (bijvoorbeeld periodes van intense dysforie – het tegenovergestelde van euforie, prikkelbaarheid of angst meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen).

Toelichting op de kernmerken

  • Extreme verlatingsangst: Mensen met Borderline hebben een grote behoefte aan intieme relaties, maar zijn daar tegelijkertijd bang voor. Ze zijn extreem bang om in de steek gelaten te worden. Ze stellen mensen daarom voortdurend op de proef. Zo testen ze als het ware of en wanneer iemand hen in de steek laat.
  • Identiteitsstoornis: Mensen met Borderline hebben meestal weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld. Ze zijn buitengewoon gevoelig voor opmerkingen die ze als kritiek ervaren. Ze twijfelen constant over wat ze zullen aanpakken en wat ze met hun leven willen.
  • Impulsiviteit: Iemand met Borderline kan zich halsoverkop in een nieuwe relatie storten of na het lezen van een interessante vacature plotseling van baan veranderen. Zonder goed na te denken over de gevolgen van zo’n beslissing. Bij die impulsiviteit hoort ook geen maat kunnen houden. Dat kan tot uiting komen in smijten met geld, zich te buiten gaan aan alcohol of drugs, eetstoornissen en snel wisselende seksuele contacten. Ook woede-uitbarstingen kunnen erbij horen.
  • Opzettelijke zelfbeschadiging (automutilatie): Veel mensen met Borderline krassen zichzelf met scherpe voorwerpen of branden zich met een sigaret. Ook gedachten over of pogingen tot zelfdoding komen veel voor.
  • Dissociatieve verschijnselen: Mensen met Borderline kunnen momenten van vervreemding hebben. Dat is het gevoel van ‘er niet echt te zijn’ of een sterk en beangstigend gevoel van innerlijke leegte. Soms weten ze even echt niet wat ze hebben gedaan of hoe ze ergens terecht zijn gekomen.
  • Stemmingswisselingen: De stemming kan gemakkelijk omslaan van soberheid en angst, in gespannen opwinding of andersom. Iemand met Borderline lijkt ‘overgevoelig’ te reageren op gebeurtenissen en uitspraken. Een ‘onschuldige’ opmerking kan tot een woede-uitbarsting leiden, dat kort daarna gevolgd kan worden door een vrolijke bui alsof er niets is gebeurd.

Moeilijk te herkennen

De spontaniteit en het gemakkelijk contacten kunnen leggen, maakt dat mensen met Borderline vaak succesvol, aantrekkelijk en sociaal overkomen. De onderliggende angsten blijven op die manier verborgen. De stoornis komt meestal geleidelijk tot uiting tussen het 17e en 25e levensjaar. In die periode gaan mensen een zelfstandig leven opbouwen, maken nieuwe contacten en bouwen relaties op. Hier hebben mensen met Borderline juist veel moeite mee.

Bijkomende psychische problemen:

  • Depressies
  • Angststoornissen
  • Eetstoornissen
  • Posttraumatische stress
  • Drugs- of drankverslaving
  • Hechtingstoornis

Behandeling

Iemand met Borderline heeft meestal het meeste baat bij een ambulante of poliklinische behandeling. Een tijdelijke opname in een psychiatrisch ziekenhuis is noodzakelijk wanneer de spanningen te hoog oplopen, de persoon zichzelf ernstig verwondt, gevaarlijk gedrag vertoont of de neiging heeft tot zelfdoding. Hiertoe wordt besloten in samenspraak met de patiënt, de huisarts, de behandelaar en vaak ook de familie.

Vanuit Elske’s Huiskamer

Wij richten ons op een vertrouwensrelatie tussen de deelnemer(s) en de begeleider. Voldoende tijd en geduld hebben zijn hiervoor van groot belang. Wij maken duidelijke gestructureerde afspraken met de deelnemer(s), de frequentie en de duur van aanwezigheid op de dagbesteding. Daarnaast houden we beoogde doelen goed in de gaten ter ondersteuning van een weekplanner. We kijken naar de leerdoelen van de deelnemer(s) zelf en maken hierop een geschikt plan dat zowel voor de korte- als langetermijn z’n vruchten afwerpt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *